Alle stambomen van (Van) Maurik/Mourik/...
  • Home
  • Stambomen
    • De stamnamen
    • Wat is mijn stam?
    • De stambomen zelf >
      • Nog levende stammen
      • Uitgestorven stammen
    • Onze stamvaders
    • Onbekende naamgenoten
    • De vrouwelijke lijn
  • Contact

De beroepen van onze vroegere naamgenoten

De grote meerderheid
​Helaas weten we van veel van onze vroegere naamgenoten niet wat hun 'beroep'/belangrijkste inkomstenbron was. Toch denken wij dat het overduidelijk is dat de meesten van hen arm waren, net als de meeste landgenoten, en dat zij dus bijna dagelijks moesten 'worstelen' om hun hoofd boven water te houden. Bovendien was kindersterfte heel normaal en had men regelmatig te maken met rampen in de vorm van epidemieën zoals de pest, pokken, cholera, difterie, tuberculose onder de mensen en runder-/varkenspest en mond- en klauwzeer onder het vee. Ook trokken er soms roversbenden rond en waren er oorlogen, of werd men getroffen door overstromingen als gevolg van overvloedige regen en, in ons kikkerlandje, dijkdoorbraken. Zelfs hongersnoden kwamen vroeger in ons land voor. Zoals dat nu nog steeds zo is in de ontwikkelingslanden in met name Afrika en zuidoost Azië.

Op het platteland, en dus ook in de Betuwe waar onze 'roots' liggen, waren de meeste naamgenoten gewoon boer, ook wel 'bouwman' genoemd. En als iemand zelf geen grond had of pachtte, was hij/zij boerenknecht (cq 'boerenmeid'), vaak ook 'daggelder' genoemd. Ook verdienden deze mensen regelmatig bij met het uitgraven van sloten en het repareren/versterken van de dijken. Zij waren dan ook in het algemeen sterk afhankelijk van de grillen van de plaatselijke rijkere boeren/grootgrondbezitters die hen in dienst hadden. Men kon van de ene op de andere dag door hen worden ontslagen.  

Vanaf de 17e eeuw trokken diverse naamgenoten naar met name Utrecht, Amsterdam en Rotterdam in de hoop daar een beter leven te kunnen opbouwen. Velen waren daar nog steeds 'daggelder'; bijvoorbeeld als 'sjouwer' in de pakhuizen en havens. Ongetrouwde meisjes en vrouwen werkten in de steden vaak als dienstbode of werkster bij rijkere gezinnen, met regelmatig ongewenste zwangerschappen als gevolg. Vanaf de 19e eeuw kozen ook steeds meer mensen voor een baan als fabrieksarbeid(st)er. Zelf woonden de meesten van onze naamgenoten indertijd in de toenmalige krottenwijken in de steden, zoals de Jordaan in Amsterdam.

Tot 1810, toen Napoleon de militaire dienstplicht invoerde in Nederland, konden de armere jongens ook altijd nog 'huur'soldaat worden, eventueel in buitenlandse dienst. Dat was natuurlijk gevaarlijk werk, en het bood geen garantie op een redelijk inkomen want er was vaak weinig of geen geld voor soldij. Dan werd de plaatselijke bevolking gedwongen om mee te betalen, in geld of natura. Zo nodig gingen de soldaten regelmatig op rooftocht.

Tot de tweede helft van de 19e eeuw konden de meeste armere mensen niet lezen of schrijven, want zij waren als kind niet of nauwelijks naar school geweest. Kinderarbeid was dan ook heel gewoon. Veel naamgenoten woonden vroeger vlakbij de grote rivieren, in het bijzonder de Rijn/Lek, Waal of Hollandse IJssel. Daar waren vroeger, ook bij Maurik, steenfabrieken. Het werk aldaar, 6 dagen per week en 10-12 uur per dag, leek sterk op slavenarbeid. De arbeiders, inclusief veel kinderen dus, kregen maar net voldoende loon om in leven te kunnen blijven. Want hun arbeid moest wel goedkoop blijven....

Er waren natuurlijk ook 'ambachtslieden' onder onze vroegere naamgenoten. Relatief heel veel timmermannen, maar dan in veel ruimere zin dan tegenwoordig.  Timmermannen maakten bijvoorbeeld ook klompen, dekten daken met riet en bouwden zelfs 'hofsteden' op het platteland of huisjes in de stad. Of zij werkten als scheepstimmermannen (vooral in de buurt van Rotterdam). Dat was feitelijk allemaal ongeschoold werk, omdat er geen beroepsopleidingen bestonden. Jonge jongens moesten daarom al vroeg  hun vader helpen, of gingen in dienst bij een lokale timmerman om het vak te leren. 

Mocht u een beroep van een naamgenoot vinden dat u niet kent, dan kunt u waarschijnlijk op de website  Oude Beroepen & Ambachten - Beroepen.nl  en/of Beroepen van toen
meer informatie hierover vinden.

De 'notabelen'
Er waren natuurlijk ook wel 'notabelen' onder onze vroegere naamgenoten. Wij hebben echter maar 2 artsen ('chirurgijnen'), 1 dominee, 3 advocaten en 5 notarissen kunnen vinden onder onze naamgenoten. De dominee, ene Johannes Maurick geboren rond 1640, woonde vreemd genoeg in de kop van Overijssel.  Zie het 'Onbekenden vh stam'-bestand, blz. 20-23. Wij hebben hem nog niet kunnen plaatsen in een stamboom! 

Zijn eerste zoon uit zijn 2e huwelijk was Anthoni Maurick (1687 - 1743), advocaat en, tussendoor, ook burgemeester van Kampen. Een andere noemenswaardige advocaat was Anthony van Maurick (1636 - 1709), volgnr. IVa in de stam +Wijk bij Duurstede(B). Hij en zijn gezin woonden in Beusichem, waar hij ondermeer betrokken was bij de rechtszaak tegen Jacomina Prijs en haar (gevluchte) moeder Geertje Jans van Maurick (vermoedelijk geen familie); zie de webpagina Uitbijters - Jacomina uit Beusichem.

Mensen van adel - maar die waren er niet onder onze naamgenoten - of met als titel 'heer' (van de plaatselijke heerlijkheid) omdat zij die titel gekocht hadden, hogere militairen (officieren) en mensen die succesvol waren als ambachtsman ('stadstimmerman') of koopman werden vaak ook tot de plaatselijke notabelen gerekend. Personen uit de laatste categorie waren tijdens hun leven meestal ook kortere of langere tijd lid van het plaatselijk bestuur. Dat was vroeger natuurlijk anders georganiseerd dan tegenwoordig. Het hier te downloaden document - eerder ook gepubliceerd in De Maurikkroniek d.d. december 1975 - beschrijft de bestuurlijke organisatie in Asperen rond 1749. In andere gemeenten was het bestuur ongetwijfeld wat anders, maar wel vergelijkbaar georganiseerd.

​In de stambomen kunt u lezen dat diverse naamgenoten de functie van drossaard, schout, schepen, hoog- of laagheemraad of dijkgraaf hebben vervuld. Ook zijn er 30 burgemeesters onder hen geweest. Hiervan waren er echter niet minder dan 18 leden van de tak (Asperen-)Zevenbergen(-Asperen) van de de stam Asperen/Buren; zij waren dan ook allen nauw verwant met elkaar.  Zij waren allen burgemeester van Asperen of plaatsen in de regio Zevenbergen in westelijk Noord Brabant. Daarnaast waren alle 3 de zonen van de eerder genoemde dominee Johannes Maurick universitair geschoold jurist en enkele jaren burgemeester in de kop van Overijssel. De jongste van hen, Bernardus/Berent (1689 - 1717), kreeg als burgemeester van Vollenhove een rechtszaak aan zijn broek vanwege 'ongewenste intimiteiten'. Hij ontvluchtte toen het land door in dienst te treden van de VOC. Hij overleed op zijn eerste reis naar Indië  te Kaap de Goede Hoop.

Een andere bijzondere burgemeester onder onze naamgenoten was nog weer een andere Antoni van Maurik, namelijk volgnr. IVn in de stam Buren(A). Hij was burgemeester van Monnickendam - hoe kwam hij daar terecht? -, en ook nog 'vrijheer van Hensbroek' en 'heer van Rijnsaterwoude'. Hij stond nogal op zijn strepen want hij spande in 1783 een rechtszaak aan tegen de graaf van Wassenaar om wat kinderachtige redenen. Deze rechtszaak heeft jaren gelopen, tot aan de Hoge Raad toe. Uiteindelijk verloor Antoni deze zaak. Hij moest toen alle proceskosten betalen.

Tot slot: 'notabelen' waren vroeger ook vaak lid van het plaatselijke hervormde/gereformeerde kerkbestuur. Als ouderling of diaken waren zij ook verantwoordelijk voor de lokale armenzorg. Zij waren daarom voor velen - de meeste inwoners waren vroeger kerkgangers - heel belangrijke mensen, die je niet tegen je moest krijgen. Zo'n functie leverde dus vooral veel status, maar geen inkomen op.

Powered by Create your own unique website with customizable templates.